sicilie per klassieker
alessandra
Avond in Modica

Alvast wat over Sicilië

Algemeen


De Grieken waren de eersten die Sicilië bewoonden en zij stichtten de steden Catania, Messina en Siracusa aan de oostkust. Nog steeds is dat de kuststrook die de meeste toeristen trekt. Je kunt er een strandvakantie houden en tegelijk eeuwenoude cultuur opsnuiven.

Bij Siracusa zijn de meeste overblijfselen te zien van de Griekse beschaving. Tempels, theaters en andere monumenten. De kostbaarste stukken vind je in het Archeologisch Museum.

In het Dal van de Tempels bij Agrigento aan de zuidkust zijn de resten te zien van een Griekse stad (Akragos) die hier ooit was. Akragos was een welvarende stad, tot de Romeinen in de 3de eeuw de Grieken verjoegen.

Messina is de aankomstplaats voor toeristen die vanuit het zuiden van Italië oversteken. De zee tussen het vasteland en Sicilië is hier maar vijf kilometer breed. De meeste bezoekers reizen snel door naar het zuiden, bijvoorbeeld naar Taormina, waar het toerisme op Sicilië begon.

Niet verwonderlijk want het stadje heeft een schilderachtige ligging, halverwege Messina en Catania. Vlakbij zijn mooie stranden en de Etna op de achtergrond maakt het plaatje compleet.

De Etna is de grootste nog werkende vulkaan van Europa. Een bezoek is vrij duur, maar zeker de moeite waard. Je mag alleen niet helemaal naar de top (3323 meter), omdat de vulkaan nog steeds giftige dampen uitstoot.

Palermo aan de noordkust is de hoofdstad van Sicilië en heeft een miljoen inwoners. De meeste bezoekers komen voor de imposante kathedraal. Oorspronkelijk uit de 12de eeuw maar vele malen verbouwd.

Vlakbij ligt het Noormannenpaleis, met een kapel die nog echt uit de 12de eeuw stamt, de Capella Palatina. Verder heeft Palermo een bijzonder interessant Archeologisch Museum. Schatten van soms 3000 jaar oud zijn hier te bewonderen.

Ten oosten van Palermo ligt Cefalu. Een prachtig oud stadje maar de stranden in de buurt zijn vaak overvol. De Duomo (kathedraal) uit de 12de eeuw is een bezoek meer dan waard.

Gastronomisch is Sicilië een paradijs. Er worden smakelijke wijnen geproduceerd en de gerechten hebben er net wat meer pittige kruiden dan in de rest van Italië. De geitenkaas en het gebak van Sicilië zijn niet te versmaden.

 

Wijnbouw en mythologie

Sicilië was al in de Oudheid beroemd om zijn landbouwproducten, in de eerste plaats om zijn wijn. Nog voor de Grieken brachten de Feniciers de wijnstokken vanuit het nabije Oosten naar het eiland, waar tot dan alleen maar wilde druiven groeiden. Na de Feniciers kwamen de Griekse kolonisten, die naast innovatieve botteltechnieken nieuwe druivensoorten als grecanico meebrachten. Met de wijnen deed ook de Griekse mythologie haar intrede.

De cultus van Dionysos en zijn maenaden, door de Romeinen later bacchanten genoemd, breidde zich uit en ook de van haar geboorte-eiland verdreven dichteres Sappho moet haar eigen druiven verbouwd hebben. Haar beroemde huwelijksliederen golden het bruidspaar dat bij de inzegening van het huwelijk uit dezelfde kelk dronk om de zegen van Eros en Afrodite te vragen.

De stad Erice in de huurt van het huidige Trapani bezat een heiligdom waar tempelprostitutie werd uitgeoefend. Zoals de talrijke amforenscherven bewijzen, dronken de priesteressen en de pelgrims wijn, en de lievelingsdrank van Caesar zou zelfs de Mamertino uit Capo Peloro zijn geweest.

Zelfs onder de heerschappij van de Arabieren beleefde de wijncultuur van Sicilië geen terugslag. Ondanks een streng alcoholverbod in de Koran duldden de nieuwe machthebbers niet alleen de verbouw van druiven, maar voerden ze zelfs de techniek van het distilleren van alcohol met behulp van verbrandingskolven in.

In afgelegen kloosterkelders brouwden de Sicilianen voortaan geheime elixers die aan kapitaalkrachtige klanten werden verkocht, hoewel de abten het helemaal niet nodig hadden om zich met het stoken van alcohol bezig te houden. De onmetelijke rijkdommen van de Kerk steunden niet in de laatste plaats op het bezit van enorme wijnvelden en de daaruit voortkomende monopoliepositie.

De wijnen kregen al snel op het hele eiland een goede naam en Sante Lancerio, de schenker van paus Paulus III, bezong de wijnen in een aan kardinaal Guido Ascanio Sforza gericht schrijven in alle toonaarden. De ster van de Siciliaanse wijnbouw begon pas te dalen toen de Spaanse onderkoning het heft in handen nam. In plaats van wijn werd er nu tarwe verbouwd.

Pas in 1773 lukte het Sicilië om zijn aangeboren plek in de wijnwereld weer te heroveren. Toevallig had de Engelsman John Woodhouse de marsala ontdekt en was er een doorbraak ontstaan. Een andere afzetmarkt voor wijnen van het eiland leek zich in 1870 te openen, toen de wijnluis grondig de Franse wijngaarden vernielde en de wijnbouwers wijn moesten importeren. Al snel kwam het schadelijke ongedierte echter over de Alpen en zette zijn vernietigende werk voort tot op het verre Sicilië. Binnen een paar jaar was alle hoop de bodem ingeslagen en een nieuw begin was buitengewoon moeilijk.

Op de huidige wereldmarkt had Siciliaanse wijn het lange tijd moeilijk, want goedkope massaproductie had een negatieve uitwerking op de goede naam. Toch is het een paar wijnbouwers en wijnkelders in de laatste tien jaar gelukt goede kwaliteit te ontwikkelen en zich zo stapje voor stapje op de Italiaanse en een paar van de belangrijkste buitenlandse markten te vestigen.

 

Levenskunst van de Sicilianen

Onder levenskunst wordt op Sicilië naast gezelligheid, familiegevoel en een zonnige dag aan het strand in de eerste plaats de kunst van het culinair genieten verstaan. Hoe belangrijk goed eten en drinken hier zijn, is niet in de laatste plaats af te lezen aan het feit dat de aandacht veel meer uitgaat naar het lichamelijk welzijn dan naar de schone kunsten. In zijn roman De Luipaard -waarin eigenlijk een heel ander thema wordt behandeld, namelijk de binnenlandse politieke verwarring van het nog niet verenigde Italië- portretteert Giuseppe Tomasi di Lampedusa de eetgewoonten van de Siciliaanse adel minutieus en liefdevol.

En de zanger Domenico Modugno -die, ondanks eigen zeggen, geen Siciliaan is- heeft de zwaardvisvangst aan beide zijden van de Straat van Messina in een lied vereeuwigd.

De voorliefde voor culinair genieten heeft op Sicilië een lange traditie. Reeds in de prehistorie, toen in het Middellandse Zeegebied nog de Dea Madre werd vereerd, werden er al rituele taarten voor de grote moedergodin gebakken.

Toen kwamen de Grieken, koloniseerden het oostelijke Middellandse Zeegebied, lieten de vrouwelijke goden in vergetelheid raken en bekommerden zich vooral om de drankcultus van Dionysos.

Met de Romeinen kwamen er extravagante ganzenrecepten op het eiland, de Byzantijnen brachten hun voorliefde voor het zoetzure mee en de verovering door de Arabieren tussen de 9e en 11 e eeuw zorgde zelfs voor een kleine culinaire revolutie: nog steeds zijn abrikozen, suiker, citrusvruchten, zoete meloenen, rijst, saffraan, rozijnen, nootmuskaat, kruidnagels, peper de pijlers van de Siciliaanse keuken.

De Noormannen en de Hohenstaufers kozen op hun beurt voor vleesgerechten en de Spanjaarden lieten Sicilië grootmoedig delen in hun innovatieve verworvenheden uit de nieuwe wereld: cao, maïs, kalkoen, maar ook tomaten en andere nachtschadengewassen. En dan waren er nog de Bourbons, de Italianen van het 'vasteland' en vele andere volken die hun steentje aan de Siciliaanse menukaart hebben bijgedragen.

Eten en drinken in het hart van het Middellandse Zeegebied betekent ook altijd een reis door de tijd en de cultuur van lang vervlogen tijdperken. De fantasie van de Siciliaanse koks staat er borg voor dat het een hoogst individuele interpretatie van een veelzijdige keuken wordt: bont, zoet, stevig, geurig, exotisch, wortelend in eigen bodem en vaak geheimzinnig.
Precies als het eiland zelf.
 

Vis uit drie zeeën

Sicilië beschikt over drie grote kustgebieden. Het oostelijke gebied dat de vissers naar de Ionische zee leidt, begint met de Straat van Messina, waar traditioneel zwaardvis gevangen wordt en gaat verder tot Capo Passero. De Riviera dei Ciclopi, de kust van de cyclopen, tussen Aci Trezza, Aci Reale en Catania is rijk aan grote zeebaars, zaagvis, brasem, mosselen en een alalunga (langvleugel) genoemde makreelsoort. Tussen Pozallo en Marsala strekt zich de zuidkust uit. Hier zijn de mensen vooral dol op grote zeebaars die op de wijze van Agrigento met sinaasappelmayonaise geserveerd wordt. Op de westpunt van Sicilië bevindt zich het centrum van de visvangst: van tonijn tot ansjovis wordt hier alles uit het water gehaald wat de monding van de Ionische en de Tyrheense Zee te bieden heeft. Langs de noordelijke stranden vinden we brasem, een geliefde vis die het hele jaar door gevangen wordt en ook in andere kustwateren voorkomt. Het overvloedige aanbod op de vismarkten wordt door inktvis, calamari, schaaldieren en mosselen aangevuld.

Vis en zeevruchten hebben een vaste plaats op de Siciliaanse menukaart. Ze worden gekookt, gebakken of gegrild -wat maar lekker is- gegeten. Vis komt niet alleen meer als hoofdgerecht op tafel, maar is in een pastasaus een smakelijke eerste gang.
Pasta e pesce is een lievelingscombinatie van de eilandbewoners.
 

Primi piatti uit negen provincies

De eerste gang, dus dat wat na een eetlustopwekkende antipasto de grote trek stilt en tegelijkertijd de spanning voor het hoofdgerecht opwekt, wordt ook in Sicilië serieus genomen. De primi piatti zijn bijna zoiets als een gemeenschappelijk Italiaanse hartstocht. Toch of misschien wel daarom laten de culinaire voorliefden van de negen provincies waarin het eiland verdeeld is, zich aan hun 'eerste bord' aflezen.

In de provincie Enna, de graanschuur in het hart van het eiland, wordt polenta met groente geserveerd. Ook bij de buren in Caltanissetta is dat wat de eigen bodem brengt favoriet en worden er gnochetti met varkensvlees op tafel gezet. In Messina, het centrum van de zwaardvisvangst, wordt een passende pastasaus gekookt. Palermo is bekend om de gerechten met ansjovis en Trapani kiest voor ongecompliceerde pasta met schapenkaas. In Agrigento wordt zelfgemaakte pasta met een rode saus van aubergines bijzonder gewaardeerd en Catania heeft zijn beroemde pasta alla norma. In Ragusa worden bonen gebruikt en Siracusa is trots op zijn pasta fritta alla siracusana - een van de oudste pastarecepten van Sicilië.

Bevolking en middelen van bestaan

Het eiland vormt een voortzetting van het Apennijnse schiereiland. De kusten zijn grotendeels steil. Er is een oost west verlopende bergketen in het noorden. Ten zuiden daarvan ligt de 3000 m hoge vulkaankegel van de Etna. Sicilië heeft hete droge zomers en zachte regenrijke winters.
De meeste inwoners wonen aan de kust en in de grote steden als Palermo, Messina, Siracusa, Catania en Trapani. Er is een hechte sociale structuur waarvan la famiglia de eenheid is. Vele Sicilianen zijn naar de Verenigde Staten vertrokken. Vanuit het binnenland zijn er veel naar de kust getrokken of naar andere delen van Italië. Door deze transmigratie is de oude sociale structuur wel aangetast.

Landbouw is nog steeds de belangrijkste economische activiteit. De belangrijkste producten zijn: tarwe. wijn, olijven, maïs, peulvruchten, groenten en citrusvruchten. Visserij is in het zuidwesten belangrijk. In o.a. de Bocht van Augusta ten noorden van Syracuse is een industriezone. Toerisme vormt een belangrijke bron van inkomsten.

Geschiedenis

In de prehistorie was Sicilië relatief al dichtbevolkt. Sinds de 8ste eeuw voor C. stichtten de Grieken in de kuststreken veel koloniesteden Aan de noordoostelijke kust, Naxos, Messina en Catane, en in het zuidoost en zuiden Syracuse en Agrigentum. De Feniciers vestigden zich al eerder aan de westkust, in Mozia, Solunto en Palermo. De oorspronkelijke bevolking werd naar het binnenland gedrongen en later in de Griekse bevolking opgenomen. Griekse steden hadden een aristocratische regeringsvorm. Sicilië deelde in de culturele ontwikkeling van Griekenland. In perioden van politieke moeilijkheden trad vaak een tiran op. Een hiervan, Gelo, heeft nadat hij in 480 v.C. de Carthagers had verslagen Syracuse tot de machtigste stad gemaakt.

In de derde eeuw v.C. werd Sicilië betrokken in de strijd tussen Rome en Carthago, de Punische oorlogen en raakte Sicilië onder Romeins bestuur. De graanbouw werd uitgebreid en er kwam een sterke immigratie uit Italië opgang. Lang is Sicilië de korenschuur van Italië geweest.. Slechte arbeidsomstandigheden , het grootgrond bezit van de Romeinen en de afpersingen van stadhouders leidden tot de verwoestende slavenoorlogen eind 2de en begin lste eeuw). Onder de Romeinse keizers verbeterde het bestuur en werd het eiland steeds meer geromaniseerd.

In de 3de eeuw n.C. werd het eiland geplunderd door de rooftochten van de Vandalen die met hun vloten het westen van de Middellandse Zee beheersten. Midden 6de eeuw kwam Sicilië in handen van de Byzantijnen. Deze handhaafden zich tot ver in de 9de eeuw.

Toen drongen de Arabieren op en viel het laatste Byzantijnse bolwerk Syracuse. De nieuwe hoofdstad werd Palermo. Deze stad werd het middelpunt van een bloeiende cultuur, die bestond uit een mix van Romeinse, Arabische en, Byzantijnse. elementen. De Arabieren handhaven zich er twee eeuwen. In de 11e en 12e eeuw maakt Sicilië een bloeitijd door onder de Noormannen (met name onder Roger 1 en II). Dan komt Sicilië onder het roemruchte huis van de Hohenstaufen (Zwaben). Frederik II was zeer begaafd en kunstzinnig maar ook trouweloos en ongelovig. Hij werd de gedoopte sultan genoemd.


Het Franse bestuur in de 13de eeuw, onder Karel van Anjou, die als een despoot regeerde, duurde niet lang. Een volksopstand, Siciliaanse Vespers in 1282, maakte er een eind aan. Ruim 400 jaar lang blijft Sicilië dan onder Spaanse heerschappij. Uitbuiting, opstanden en het neerslaan ervan kenmerken deze eeuwen. Pas met de komst van Garibaldi in 1860 scheen een kentering te komen in het sociale en politieke leven te zijn ingezet.


De aansluiting bij Italië heeft Sicilië niet veel goeds gebracht, de regering van Italië had weinig belangstelling voor het eiland. In juli 1943 hebben de geallieerden hier hun aanval op het Duitse rijk geopend. Sicilië heeft veel geleden van de bombardementen.
Sinds l947 geniet Sicilië regionale autonomie binnen de republiek Italië. De wetgevende en de uitvoerende macht berusten bij eigen organen. In Palermo zetelt de volksvertegenwoordiging. Het gewest Sicilië is verdeeld in negen provincies en die dragen de namen van de provinciehoofdsteden; Agrigento, Caltanissetta, Catania, Enna, Messina, Palermo, Ragusa, Syracuse en Trapani.

De Straat van Messina is de zee-engte die Sicilië van Calabrie scheidt. De Tyrheense Zee wordt erdoor met de Ionische zee verbonden. De Straat van Messina is 42 km lang en 3 tot 14 km breed. De stromingen in de Straat van Messina, waaraan in de oudheid de sage van Syclla en Charybdis verbonden was, zijn het gevolgd van de getijden. Al tientallen jaren zijn er plannen voor de bouw van een brug tussen het vasteland en Sicilië. Of het er echter ooit van zal komen is nog maar sterk de vraag.